ontwikkeling financiële resultaten

financiële ontwikkelingen

geïndexeerde onderliggende resultaten

Onze onderliggende winstgevendheid is in 2015 weer fors verbeterd. Bij een gerealiseerde omzetgroei van 8,3% is de onderliggende EBITA gestegen met 26,2%. Door een effectief management van de operationele kosten verbeterde de onderliggende EBITA-marge naar 4,3% van de omzet (2014: 3,7%). De positieve ontwikkeling in de winstgevendheid werd hiermee voortgezet.

GECONSOLIDEERDE RESULTATEN

ONDERLIGGEND

INCIDENTEEL 1

GERAPPORTEERD

(in miljoenen euro’s)

2015

2014

'15/'14

2015

2014

2015

2014

Omzet

2.550,7

2.355,0

8,3%

-

-

2.550,7

2.355,0

Brutoresultaat

520,6

492,1

5,8%

-18,0

-

502,6

492,1

Operationele kosten

397,0

390,6

1,6%

14,9

8,8

411,9

399,4

Afschrijvingen

14,2

14,8

-4,1%

4,8

4,4

19,0

19,2

EBITA

109,4

86,7

26,2%

-37,7

-13,2

71,7

73,5

Amortisatie2

3,8

6,4

-40,6%

4,1

-

7,9

6,4

EBIT (bedrijfsresultaat)

105,6

80,3

31,5%

-41,8

-13,2

63,8

67,1

Financieringsresultaat

-9,5

-7,2

-30,6%

-5,9

-2,3

-15,4

-9,5

Winstbelasting

-30,2

-20,7

45,9%

4,8

-8,8

-25,4

-29,5

Resultaat deelnemingen

-0,1

-

-

-2,4

-2,5

-

Beëindigde activiteiten

-

-

-

-0,2

-1,7

-0,2

-1,7

Aandeel derden

-0,5

-0,5

-

-

-

-0,5

-0,5

NETTORESULTAAT

65,3

51,9

25,8%

-45,5

-26,0

19,8

25,9

Brutomarge

20,4%

20,9%

19,7%

20,9%

EBITA-marge

4,3%

3,7%

2,8%

3,1%

  1. 1 Incidenteel brutoresultaat en incidentele kosten betreffen eenmalige kosten.
  2. 2 Amortisatie betreft afschrijving van acquisitiegerelateerde immateriële activa, inclusief goodwill.

omzet

De omzet van USG People steeg in 2015 met € 195,7 miljoen ten opzichte van vorig jaar naar € 2.550,7 miljoen (2014: € 2.355,0 miljoen). In procenten bedroeg de groei 8,3%. Er was een gering positief effect van 0,1% op de groei door de acquisities in 2014. USG People presteerde beter dan de markt, die in USG People’s vier kernlanden gezamenlijk met 4,7% groeide, waardoor ons marktaandeel is toegenomen.
Vrijwel over de hele breedte was er in 2015 sprake van groei. De omzet groeide sterk in de sectoren handel, met name bij toeleveranciers en in de groothandel, in de industrie, vooral in de voedingsmiddelenindustrie, en in de zakelijke dienstverlening vooral bij banken en verzekeraars. Er was een forse groei in de agrarische sector en ook in de publieke sector is de omzet gegroeid. In de bouw werd in 2015, als enige sector, geen groei gerealiseerd.

omzet per land

(in miljoenen euro’s)

2015

2014

GROEI

Nederland

1.110,8

1.015,8

9,4%

België

685,7

618,8

10,8%

Frankrijk

519,3

486,5

6,7%

Duitsland

232,6

225,9

3,0%

Overige landen

2,3

8,0

-71,3%

USG People

2.550,7

2.355,0

8,3%

In alle vier de kernlanden werd over 2015 een groei in de omzet gerealiseerd. De groei was het sterkst in België, waar de omzet met 10,8% steeg naar € 685,7 miljoen (2014: € 618,8 miljoen). Start People groeide in België met 12,9% ruim boven de markt, die met 9,2% groeide. Bij Unique, dat zich vooral richt op specialistische plaatsingen in het office segment, groeide de omzet met 8,3%. Ook Secretary Plus realiseerde een groei van 8,3% terwijl de omzet bij USG Professionals met 2,0% toenam. In het jaar was er sprake van een positieve trend in de omzetontwikkeling in België. De groei van de omzet per werkdag versnelde gedurende het jaar van 9,0% in het eerste kwartaal naar 12,5% in het vierde kwartaal.

jaar-op-jaar groei omzet per werkdag België

In Nederland steeg de omzet met 9,4% ten opzichte van 2014 naar € 1.110,8 miljoen (2014: € 1.015,8 miljoen). Start People realiseerde een omzet van € 620,8 miljoen en groeide met 12,8% sterk ten opzichte van 2014. De groei lag boven die van de markt waarvoor een groei van 10,9% werd gerapporteerd door de ABU. Bij Unique was de groei in 2015, na een uitzonderlijk hoge groei in het voorgaande jaar, minder fors. De omzet steeg tegen een hoge vergelijkingsbasis evenwel met 5,5% naar € 376,4 miljoen.

Secretary Plus wist de groei in 2015 aanmerkelijk te versnellen. De groei kwam uit op 30,8% ten opzichte van 2014. De opgaande lijn die in de laatste maanden van 2014 was ingezet heeft zich duidelijk positief ontwikkeld.

USG Professionals behaalde een omzet van € 93,1 miljoen. Hiermee bleef de omzet per saldo vrijwel gelijk aan vorig jaar. In finance en marketing, communicatie & sales werd een groei gerealiseerd van rond 20%. Bij legal groeide de omzet, bovenop een groei van 28% vorig jaar in dit segment, met 13%. Bij engineering bleef de vraag echter nog achter waardoor de omzet vergeleken met 2014 10% lager is uitgekomen.

jaar-op-jaar groei omzet per werkdag Nederland

In Frankrijk steeg de omzet met 6,7% naar € 519,3 miljoen (2014: € 486,5 miljoen). Er werd beter gepresteerd dan de markt die met 4,3% groeide. Dit ondanks een hogere vergelijkingsbasis door de relatief hoge groei van Start People in het voorgaande jaar. De organisatie bleef met een zeer hoge productiviteit zeer sterk gefocust op commercie. Het kantorennetwerk van Start People werd in 2015 uitgebreid met drie nieuwe vestigingen, na een uitbreiding met vijf nieuwe vestigingen in 2014.

jaar-op-jaar groei omzet per werkdag Frankrijk

In Duitsland steeg de omzet met 3,0% naar € 232,6 miljoen (2014: € 225,9 miljoen). De groei van USG People lag iets boven de marktgroei die met een geschatte nipte groei over 2015 nog zwak bleef. Unique en Secretary Plus richten zich in hun salesstrategie mede op een groei van de omzet in het administratieve segment en werving en selectie. Deze focus leidde in 2015 tot een toename in de plaatsingen van administratief personeel en een relatief sterke groei van de werving en selectieomzet. De omzet uit werving en selectie, die 0,9% van de totale omzet bedroeg, steeg met 17,9% ten opzichte van vorig jaar. Deze twee segmenten bieden voor USG People een aantrekkelijk potentieel in de Duitse markt. De opstart van USG Professionals is in 2015 door de trage marktontwikkeling niet voldoende tot wasdom gekomen. Besloten werd om deze activiteiten niet langer in de huidige vorm voort te zetten.

jaar-op-jaar groei omzet per werkdag Duitsland

omzet per activiteit

(in miljoenen euro’s)

2015

2014

GROEI

General Staffing

1.571,3

1.419,0

10,7%

Specialist Staffing

826,2

787,2

5,0%

Professionals

144,1

142,6

1,1%

Online Business Solutions

9,1

6,2

46,8%

TOTAAL

2.550,7

2.355,0

8,3%

Vanuit de activiteiten bezien was de groei het sterkst bij General Staffing. Dit segment, bestaande uit de star brand Start People in Nederland, België en Frankrijk, groeide met 10,7% naar een omzet van € 1.571,3 miljoen (2014: € 1.419,0 miljoen). In alle drie de landen heeft Start People marktaandeel gewonnen in 2015. Door de focus op het volumesegment kon Start People een duidelijk onderscheidende dienstverlening aanbieden aan klanten in deze markt waardoor veel contracten werden gewonnen en nieuwe contracten werden afgesloten. In Nederland en België werd met stijgingen van respectievelijk 12,8% en 12,9% een groei in dubbele cijfers gerealiseerd. In Frankrijk, waar het herstel in markt wat gematigder was, behaalde Start People een groei van 6,6%.

Specialist Staffing omvat de star brands Unique en Secretary Plus in Nederland, België en Duitsland. In dit segment groeide de omzet met 5,0% naar € 826,2 miljoen (2014: € 787,2 miljoen). De groei in dit specialistische segment was lager door een matige groei in de Duitse markt en door het beëindigen van kleinschalige activiteiten in regio’s buiten de kernlanden. Tevens was de groei van Unique in Nederland lager dan de markt door de uitzonderlijk hoge groei in het vergelijkingsjaar 2014. De totale omzet van Unique over alle drie de landen, Nederland, België en Duitsland, steeg met 5,2%.

Bij Secretary Plus steeg de totale omzet in de kernlanden, Nederland, België en Duitsland, met 11,7%. De groei was het sterkst in Nederland waar een stijging werd gerealiseerd van 30,8%. In België steeg de omzet met 8,3%. De activiteiten van Secretary Plus in Italië, Zwitserland en Oostenrijk werden in de loop van 2015 beëindigd .

Bij USG Professionals steeg de omzet met 1,1% naar € 144,1 miljoen (2014: 142,6 miljoen). Er waren grote verschillen in de groei en in de vraag naar de verschillende profielen die USG Professionals aanbiedt. Zo was er een sterke groei bij legal en bij marketing, communication & sales. Bij finance was er een forse verbetering, vooral in de tweede helft van het jaar. De vraag naar ingenieurs bleef echter nog achter. Hoewel er gedurende het jaar wel enige verbetering optrad was er bij engineering nog sprake van een omzetdaling. In 2015 zijn er binnen dit onderdeel verbeteracties uitgevoerd waardoor op korte termijn ook in dit vakgebied een positieve ontwikkeling wordt verwacht.

De externe omzet van Online business solutions (OBS) groeide in 2015 met 46,8% ten opzichte van vorig jaar. De groei kwam voornamelijk tot stand door acquisities. Naast de externe projecten die lopen wordt door de OBS onderdelen in nauwe samenwerking met de star brands in verschillende landen aan vele grote projecten gewerkt ten behoeve van de groeistrategie en digitalisering van de USG People organisatie. OBS bestaat uit de bedrijven Adver-Online, Endouble, en Connecting-Expertise, waarin USG People een belang heeft van 51%.

brutoresultaat

Het onderliggende brutoresultaat steeg in 2015 met € 28,5 miljoen naar € 520,6 miljoen ten opzichte van € 492,1 miljoen in 2014. Procentueel steeg het brutoresultaat ten opzichte van vorig jaar met 5,8%.

In procenten van de omzet kwam de brutomarge in 2015 uit op 20,4%, een half procent lager dan in 2014 (brutomarge 2014: 20,9%). Het margepercentage ten opzichte van de omzet was in 2015 lager, voornamelijk door veranderingen in de omzetmix. Er was een sterke groei in de omzet in het volumesegment bij Start People tegen relatief lagere marges terwijl de omzet bij enkele activiteiten met relatief hogere brutomarge minder groei realiseerden. Zo daalde de omzet bij USG Restart (95,0% brutomarge) en ook de omzet uit werving en selectie (100,0% brutomarge) was lager in 2015. In procenten van de groepsomzet daalde de omzet uit werving en selectie naar 0,8% van 1,0% in 2014. Deze daling was mede het gevolg van de beëindiging van activiteiten in regio’s buiten de kernlanden, die voornamelijk uit werving en selectie bestonden. In de kernlanden steeg de omzet uit werving en selectie met 2,0% ten opzichte van 2014.

Verder waren er ook prijseffecten, zowel positieve als negatieve. Bij veel grote aanbestedingen was er sprake van druk op de prijzen en er was een groei in de vraag naar kostenefficiënte oplossingen die een lage brutomarge kennen, zoals in-house- en payrollingconcepten.

In 2015 werd naast het onderliggende brutoresultaat een incidentele last van € 18,0 miljoen in de kostprijs verantwoord. Het grootste deel hiervan heeft betrekking op een aanslag van de sociale zekerheidsautoriteit in Frankrijk uit de jaren 2009 en 2010, welke sinds 2011 in de jaarrekening was opgenomen als voorwaardelijke verplichting. De aanslag betreft door URSSAF veronderstelde onjuist berekende afdrachten van belastingen en sociale lasten over de salarissen van uitzendkrachten. Verder waren er lasten voor optimalisaties bij USG Professionals en waren er incidentele kosten in verband met de verzelfstandiging van het Vakcollege.

operationele kosten

De onderliggende operationele kosten inclusief afschrijvingen kwamen over 2015 uit op € 411,2 miljoen (2014: € 405,4 miljoen). Autonoom namen de kosten toe met € 3,5 miljoen of 0,8%, bij een autonome omzetstijging van 8,2% ten opzichte van 2014. De toename van de overige € 2,3 miljoen komt voort uit acquisities. Gegeven de omzetgroei van 8,3% was er slechts een geringe kostenstijging van 1,4%. De gestegen kosten betreft investeringen in groei van de Business Solutions en het blijven faciliteren van de groei in bedrijfsonderdelen met een hoge productiviteit.

In procenten van de omzet verbeterde de onderliggende kostenratio (inclusief afschrijvingen) naar 16,1% van 17,2% in 2014. Het kostenniveau is verder verbeterd, onder meer door de uitvoering van project Optima, waarbij end-to-end-processen in de organisatie verder werden geoptimaliseerd.

In 2015 waren er naast de onderliggende kosten incidentele kosten ten bedrage van € 19,7 miljoen. In deze kosten is een impairment van software opgenomen van € 4,3 miljoen. Verder hadden de kosten betrekking op organisatieverbeterprogramma’s en kosten in relatie tot het in december aangekondigde overname door Recruit. Voorts was er een bedrag aan kosten in verband met de aanslag belastingen en sociale lasten over 2009 en 2010 in Frankrijk. In 2014 bedroegen de incidentele kosten € 13,2 miljoen.

Voornoemde incidentele kosten meegerekend, kwamen de kosten uit op € 430,9 miljoen (2014: € 418,6 miljoen).

EBITA

(onderliggende resultaten)

EBITA IN MILJOENEN EURO'S

EBITA-MARGE

2015

2014

GROEI

2015

2014

Nederland

53,6

49,1

9,2%

4,8%

4,8%

België

42,5

33,4

27,2%

6,2%

5,4%

Frankrijk

26,0

22,4

16,1%

5,0%

4,6%

Duitsland

4,3

1,7

152,9%

1,8%

0,8%

Overige landen

-0,7

-3,0

Corporate

-16,3

-16,9

3,6%

USG People

109,4

86,7

26,2%

4,3%

3,7%

De onderliggende EBITA steeg met 26,2% naar € 109,4 miljoen (2014: € 86,7 miljoen). Door een effectief kostenmanagement verbeterde de EBITA-marge in procenten van de omzet naar 4,3% (2014: 3,7%). De conversieratio – de conversie van brutoresultaat naar EBITA – steeg naar 21,0% van 17,6% over 2014. Het onderliggende brutoresultaat steeg in 2015 met € 28,5 miljoen waarbij de EBITA is toegenomen met € 22,7 miljoen – een sterke incrementele conversie van 80%.

onderliggende EBITA-trend per land (in miljoenen euro's)

Inclusief incidentele resultaten kwam de EBITA over 2015 uit op € 71,7 miljoen tegen € 73,5 miljoen in 2014.

amortisatie acquisitiegerelateerde immateriële activa

De amortisatie van acquisitiegerelateerde immateriële activa steeg naar € 7,9 miljoen in 2015 (2014: € 6,4 miljoen). In de amortisatie is een bedrag verantwoord van € 4,1 miljoen voor afwaardering van goodwill als gevolg van de overdracht van Vakcollege, welke in 2015 is verzelfstandigd onder de naam ‘Stichting Vakmanschap in het Beroepsonderwijs’.

financieringsresultaat

(in miljoenen euro’s)

2015

2014

Onderliggend financieringsresultaat

-9,5

-7,2

Herwaardering earn-outs

-0,6

-2,3

Heffingsrente URSSAF

-4,6

-

Versnelde amortisatie financieringskosten

-0,7

-

Totaal financieringsresultaat

-15,4

-9,5

Het onderliggende financieringsresultaat bedroeg € -9,5 miljoen (2014: € -7,2 miljoen). In dit onderliggend financieringsresultaat is een last verantwoord van € 1,6 miljoen betreffende kosten door de verkoop van CICE vorderingen. Voorts was er een negatief effect van € 0,4 miljoen door herwaardering van de wettelijk verplicht uitgegeven langetermijnlening op de Franse overheid. In 2014 had de herwaardering van deze lening een positief effect van € 2,7 miljoen.

De interestlasten namen naast een daling in de marktrente af door de vervroegde aflossing van een achtergestelde lening van € 60 miljoen op 23 september 2015 en door lagere kosten op de financieringsfaciliteiten na de optimalisatie van de financieringsstructuur in oktober 2015. Door de herfinanciering werd een bedrag van € 0,7 miljoen aan gewaardeerde kosten op oude leningen versneld geamortiseerd. Daarnaast werden er resultaten verantwoord voor waardeveranderingen van voorwaardelijke vergoedingen voor acquisities. Verder was er in 2015 een incidentele last van € 4,6 miljoen betreffende heffingsrente op een aanslag over 2009 en 2010 voor belastingen en sociale lasten in Frankrijk.

Het gerapporteerde financieringsresultaat over 2015 bedroeg € -15,4 miljoen tegen € -9,5 miljoen in 2014.

winstbelasting

(in miljoenen euro’s)

2015

2014

Onderliggende winstbelasting

-30,2

-20,7

Additioneel niet-gewaardeerde verliezen

-14,6

-14,5

Niet-gewaardeerde tijdelijke verschillen

-2,0

Nagekomen belasting uit voorgaande jaren

1,4

0,6

Verrekening fiscaal verlies deelneming

5,6

4,2

Belasting op incidentele resultaten

12,4

2,9

Totaal winstbelasting

-25,4

-29,5

De onderliggende winstbelasting over 2015 kwam uit op € 30,2 miljoen (2014: € -20,7 miljoen). De totale gerapporteerde winstbelasting was hoger door additioneel niet-gewaardeerde verliezen welke € -14,6 miljoen bedroegen (2014: € -14,5 miljoen). Voorts waren er enkele positieve effecten van in totaal € 7,0 miljoen (2014: € 4,8 miljoen) door nagekomen belasting uit voorgaande jaren en door fiscale verliesverrekening op deelnemingen. De belasting op niet onderliggende resultaten bedroeg € 12,4 miljoen (2014: € 2,9 miljoen). De totale winstbelasting kwam uit op € -25,4 miljoen (2014: € -29,5 miljoen).

nettoresultaat toerekenbaar aan de eigenaren van de vennootschap

Het onderliggende nettoresultaat steeg naar € 65,3 miljoen van € 51,9 miljoen in 2014. De gerapporteerde resultaten werden zowel in 2015 als in 2014 beïnvloed door incidentele effecten. Inclusief incidentele resultaten bedroeg het nettoresultaat € 19,8 miljoen over 2015 (2014: € 25,9 miljoen).

kasstroom

VERKORT KASSTROOMOVERZICHT

(in miljoenen euro’s)

2015

2014

VERSCHIL

Kasstroom uit operationele activiteiten

89,1

77,5

11,6

Betaalde winstbelasting

-19,1

-6,4

-12,7

Investeringen

-20,5

-20,0

-0,5

Vrije kasstroom

49,5

51,1

-1,6

Acquisities en desinvesteringen

-6,8

-7,8

1,0

Betaalde interestlasten

-5,9

-7,9

2,0

Betaald dividend

-13,0

-6,3

-6,7

De kasstroom uit operationele activiteiten steeg met € 11,6 miljoen naar € 89,1 miljoen (2014: € 77,5 miljoen). De operationele kasstroom is mede gestegen met € 47,2 miljoen door verkochte CICE vorderingen op de Franse overheid. De betaalde winstbelasting bedroeg € 19,1 miljoen (2014: € 6,4 miljoen). Er werd in 2015 meer winstbelasting betaald voornamelijk in België door timingverschillen van ontvangen aanslagen en een hogere afdracht als gevolg van een hoger belastbaar resultaat. De betaalde winstbelasting in 2014 betreft vrijwel uitsluitend business tax in Frankrijk. In 2015 werd een bedrag van € 20,5 miljoen geïnvesteerd in materiele en immateriële activa. Het investeringsniveau bleef nagenoeg gelijk aan vorig jaar toen € 20,0 miljoen werd geïnvesteerd. De vrije kasstroom kwam uit op € 49,5 miljoen tegen € 51,1 miljoen in 2014.

Voorts werd er per saldo € 6,8 miljoen betaald aan acquisities en desinvesteringen (2014: € 7,8 miljoen). Dit betreft voornamelijk investeringen in dochterondernemingen. De betaalde interestlasten namen verder af naar € 5,9 miljoen (2014: € 7,9 miljoen). Deze lasten waren lager door een daling van de schuldpositie en lagere rentekosten op de leningen, mede door de vervroegde aflossing van een achtergestelde lening van € 60 miljoen. Verder werd er € 13,0 miljoen aan contant dividend uitgekeerd in 2015 (2014: € 6,3 miljoen). Het contante dividend is mede gestegen omdat in 2014 nog een keuzedividend werd uitgekeerd terwijl het dividend in 2015 volledig in contanten werd uitbetaald.

balans

VERKORTE BALANS

(in miljoenen euro’s)

2015

2014

VERSCHIL

Vaste activa

772,9

810,0

-37,1

Belastingvorderingen en verplichtingen

15,8

22,2

-6,4

Werkkapitaal

-119,5

-130,5

11,0

Eigen vermogen

487,1

478,9

8,2

Achtergestelde leningen

-

58,7

-58,7

Nettoschuld financiële instellingen

128,2

91,0

37,2

Voorwaardelijke vergoedingen acquisities

6,2

7,7

-1,5

Financiële derivaten

0,6

0,6

-

Voorzieningen

47,1

64,8

-17,7

Balanstotaal

1.281,9

1.221,2

60,7

Het balanstotaal steeg in 2015 met € 60,7 miljoen naar € 1.281,9 miljoen (2014: € 1.221,2 miljoen). De stijging komt vooral voort uit de groei van de omzet waardoor de vorderingen en verplichtingen van het werkkapitaal zijn toegenomen. Per saldo nam het werkkapitaal toe met € 11,0 miljoen naar € -119,5 miljoen (2014: € -130,5 miljoen). Het bedrag aan verkochte uitstaande handelsvorderingen (factoring) nam in 2015 af naar € 92,0 miljoen (2014: € 124,1 miljoen).

De vaste activa nam af in 2015 vooral door een daling van de financiële vaste activa als gevolg van de verkoop van CICE vorderingen. De vordering uit hoofde van de CICE-belastingmaatregel in Frankrijk nam af van € 31,6 miljoen naar € 3,1 miljoen. Verder was er een afname van de goodwill en overige immateriële vaste activa door amortisatie.

Het eigen vermogen steeg in 2015 naar € 487,1 miljoen (2014: € 478,9 miljoen). Het totaalresultaat van € 20,9 miljoen werd aan het eigen vermogen toegevoegd en er was een mutatie in het aandelenplan van € 0,2 miljoen. De contante dividenduitkering over boekjaar 2014 van € 13,0 miljoen werd aan het vermogen onttrokken.

De nettoschuld werd in 2015 verder gereduceerd met € 21,5 miljoen naar € 128,2 miljoen (2014: € 149,7 miljoen).

Het saldo van de belastingvorderingen en -verplichtingen nam met € 6,4 miljoen af door een hoger saldo van de acute belastingvorderingen en -verplichtingen. Verder namen de voorzieningen per saldo af met € 17,7 miljoen door onttrekkingen in relatie tot aanpassingen in de organisatie.