03 | financieel risicomanagement

3.1. Financiële risicofactoren

Door haar activiteiten is de groep blootgesteld aan een verscheidenheid aan financiële risico’s: marktrisico (interestrisico en vreemdevalutarisico), kredietrisico en liquiditeitsrisico. Het model van risicobeheersing en –controle ondersteunt bij het identificeren en analyseren van de verschillende risico’s.

De financieel-economische omstandigheden van de afgelopen jaren vragen permanente aandacht voor financiële risico’s. De groep besteedt doorlopend aandacht aan kostenbeheersing. Specifieke aandacht gaat uit naar het creditmanagement op zowel het gebied van de beheersing van de kredietrisico's als op het gebied van het beperken van het aantal dagen klantenkrediet. Voorts zijn de risico’s beperkt doordat handelsvorderingen grotendeels zijn verzekerd en deels zijn verkocht aan factormaatschappijen.

De risicobeheersing van de groep is gericht op het minimaliseren van de mogelijke negatieve effecten van de ontwikkelingen op de financiële markten op de prestaties van de groep. De groep gebruikt, indien noodzakelijk geacht, financiële instrumenten om bepaalde risico’s af te dekken. De treasury-afdeling identificeert en evalueert financiële risico’s en dekt deze af na goedkeuring door de Raad van Bestuur.

De volgende categorieën financiële instrumenten zijn van toepassing op de groep:

31 DECEMBER 2015

BOEKWAARDE

REËLE WAARDE

MAXIMAAL KREDIETRISICO

Financiële vaste activa

22.010

14.446

23.377

Handelsvorderingen

366.934

366.934

100.750

Overige vorderingen

4.005

4.005

4.005

Liquide middelen

81.354

81.354

81.354

474.303

466.739

209.486

Gesyndiceerde kredietfaciliteit

208.458

210.028

Voorwaardelijke overnamesommen

6.182

6.182

Overige langlopende kredietfaciliteiten

769

1.031

Bankkredieten

359

359

Crediteuren

487.350

487.350

Financiële derivaten

567

567

703.685

705.517

31 DECEMBER 2014

BOEKWAARDE

REËLE WAARDE

MAXIMAAL KREDIETRISICO

Financiële vaste activa

48.889

41.491

50.282

Handelsvorderingen

275.103

275.103

82.858

Overige vorderingen

3.901

3.901

3.901

Liquide middelen

64.691

64.691

64.691

392.584

385.186

201.732

Gesyndiceerde kredietfaciliteit

149.416

150.015

Achtergestelde kredietfaciliteit

58.749

59.216

Voorwaardelijke overnamesommen

7.685

7.685

Overige langlopende kredietfaciliteiten

2.243

2.551

Bankkredieten

4.052

4.052

Crediteuren

411.314

411.314

Financiële derivaten

583

583

634.042

635.416

De wijze van inschatting van de reële waarde is in toelichting 3.2. beschreven.

3.1.1. Marktrisico

Interestrisico
Opgenomen gelden uit hoofde van leningen tegen variabele interestpercentages stellen de groep bloot aan interestrisico’s. Enerzijds beschouwt de groep als dienstverlener op de arbeidsmarkt de variabele interestpercentages als een natuurlijke indekking voor het fluctuerende operationeel resultaat. Anderzijds wil de groep waakzaam blijven en kunnen inspelen op mogelijke gebeurtenissen.

De groep analyseert regelmatig in hoeverre de huidige afdekking van het interestrisico nog voldoet. Hiervoor worden diverse scenario’s gesimuleerd. De analyse richt zich op de invloed van wijzigingen in interestpercentages op het resultaat, aangezien het overgrote gedeelte van de leningen is afgesloten tegen een variabel interestpercentage, waarbij het risico gedeeltelijk is afgedekt middels financiële derivaten (zie toelichting 19).

De groep heeft geen significante interestdragende activa, daarom zijn opbrengsten van de groep nagenoeg geheel onafhankelijk van wijzigingen in de rentevoet.

Een stijging van het Euriborpercentage met 50 basispunten heeft, rekening houdend met de risicoafdekking en alle andere omstandigheden gelijk houdend een resultaatverandering (voor belasting) van € 0,9 miljoen negatief (2014: € 1,5 miljoen negatief) en een daling van het eigen vermogen van € 0,3 miljoen (2014: daling van € 0,8 miljoen) tot gevolg. Een daling van het Euriborpercentage met 50 basispunten heeft, rekening houdend met de risicoafdekking en alle andere omstandigheden gelijk houdend, een resultaatverandering (voor belasting) van € 0,3 miljoen positief (2014: € 1,5 miljoen positief) en een daling van het eigen vermogen van € 0,2 miljoen (2014: stijging van € 0,8 miljoen) tot gevolg.

Vreemdevalutarisico
De omvang van de activiteiten van de groep in valuta anders dan euro is zeer beperkt. Eventuele valutarisico’s worden daarom niet afgedekt. Er zijn geen leningen uitgegeven in een andere valuta dan de euro.

3.1.2. Kredietrisico

Kredietrisico’s ontstaan uit handelsvorderingen op klanten en uit liquide middelen, financiële derivaten en deposito’s uitstaand bij banken.

Handelsvorderingen zijn veelal verzekerd bij een kredietverzekeringsmaatschappij (minimaal een A rating S&P, Moody’s, Fitch of A.M. Best). Vorderingen op overheden en op banken in Nederland worden niet verzekerd. In het geval een vordering niet is verzekerd, wordt de kredietwaardigheid van de klant, voordat de dienst wordt geleverd, beoordeeld. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met ervaringen uit het verleden. Kredietlimieten worden toegekend aan klanten op basis van opgaven van de verzekeringsmaatschappij dan wel door de Raad van Bestuur goedgekeurde interne richtlijnen. Deze kredietlimieten worden regelmatig beoordeeld.

De treasury-afdeling onderhoudt de contacten met de kredietverzekeringsmaatschappij en ziet toe op de toepassing van de belangrijkste kredietprocedures. De groep beschikt over een informatiesysteem waarmee de kredietwaardigheid van haar klanten kan worden opgevolgd. Het systeem biedt een aanvulling op de dienstverlening van de kredietverzekeringsmaatschappij en maakt de kredietrisico’s inzichtelijker. Het combineert eigen inzichten, aangekochte handelsinformatie en kredietinformatie van de kredietverzekeraar. Goede resultaten worden geboekt door periodieke besprekingen met de kredietverzekeringsmaatschappij en door interne monitoring van de kredietrisico’s. Maandelijks worden in de landen credit meetings georganiseerd. Hierbij komen belangrijke aspecten van de openstaande handelsvorderingen aan bod. De Raad van Bestuur wordt geregeld geïnformeerd over de gang van zaken binnen het door haar bepaalde credit management beleid. Voor een verdere analyse van de kredietrisico’s op de vorderingen wordt verwezen naar toelichting 14 ‘Handelsvorderingen en overige vorderingen’.

Financiële vorderingen zoals liquide middelen, derivaten en deposito’s worden alleen bij de verstrekkers van de gesyndiceerde kredietfaciliteit uitgezet en afgesloten.

3.1.3. Liquiditeitsrisico

Het doel van het beheer van het liquiditeitsrisico is het waarborgen van de continuïteit van de groep, het beschikbaar stellen van rendement voor de aandeelhouders en opbrengsten aan andere belanghebbenden, en het onderhouden van een optimale kapitaalstructuur ter verlaging van de kosten van kapitaal. Om de kapitaalstructuur in stand te houden dan wel aan te passen, kan de groep dividenduitkeringen aanpassen, aandelenkapitaal terugbetalen, nieuwe aandelen uitgeven of activa verkopen ter vermindering van verplichtingen. Het werkkapitaal wordt bewaakt en het investeringsbeleid wordt afgestemd op het genereren van positieve kasstromen uit het resultaat.

Ter optimalisatie van de financieringsstructuur en verlaging van de interestlasten heeft de groep gedurende 2015 de achtergestelde lening van € 60 miljoen vervroegd afgelost. Daarnaast is de bestaande gesyndiceerde kredietfaciliteit verlengd met vijf jaar en de groep heeft de mogelijkheid deze maximaal tweemaal met een jaar te verlengen. Hierbij is de beschikbare faciliteit verlaagd van € 500 naar € 450 miljoen. Tevens heeft de groep de vordering uit hoofde van de CICE-belastingmaatregel op de Franse overheid voor een bedrag van € 48,8 miljoen aan een financiële instelling verkocht en de factoring van de handelsvorderingen per saldo met € 32,1 miljoen afgebouwd (verkochte vorderingen bedragen ultimo 2015 € 92,0 miljoen, ultimo 2014 € 124,1 miljoen).

De treasury-afdeling zorgt voor voldoende liquide middelen en kredietfaciliteiten ter beheersing van de liquiditeitsrisico’s.Ter beoordeling van het liquiditeitsrisico maakt de Raad van Bestuur gebruik van rapportages over kasstromen inclusief forecasts. Daarnaast wordt de liquiditeit van de groep gewaarborgd door te voldoen aan de voorwaarden van de gesyndiceerde kredietfaciliteit en andere leningen.

De belangrijkste voorwaarden voor de gesyndiceerde kredietfaciliteit zijn de senior leverage ratio (maximaal 3,0) en de interest cover ratio (minimaal 3,5). Tot de vervroegde aflossing van de achtergestelde kredietfaciliteit was de total leverage ratio een bijkomende voorwaarde. Deze mocht maximaal 3,5 van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015 en maximaal 3,25 van 1 juli 2015 tot en met 31 december 2015 bedragen. In de gesyndiceerde kredietfaciliteit is tevens een maximum gesteld aan de waarde van de overnames per jaar en gedurende de gehele looptijd. De wijze van berekening van de ratio’s is gedefinieerd in het convenant met de banken. De aanpassingen conform de voorwaarden van het convenant, in zowel de berekening van de interest cover ratio, de senior leverage ratio als de total leverage ratio, betreffen correcties als gevolg van de in het convenant met de banken gemaakte afspraken terzake waardering van niet-operationele kosten, ongerealiseerd resultaat van derivaten, buitengewone mutaties in toegezegd-pensioenregelingen en de gevolgen van toepassing van herziene IFRS 3 bij investeringen in dochterondernemingen. Ieder kwartaal worden de ratio’s aan de banken gerapporteerd.

De groep streeft op lange termijn naar een vermogens- en schuldpositie met een senior leverage ratio van maximaal 1,0.

Ultimo 2015 is de niet-opgenomen ruimte in de syndicaatskredietfaciliteit € 154 miljoen (2014: € 267 miljoen).

Mogelijke gevolgen van het door Recruit Holdings Co., Ltd. aangekondigde voorgenomen openbaar bod op de financiering van de groep zijn nader onderzocht en zijn niet van invloed op de liquiditeit van de groep.

Total en senior leverage ratio
Hieronder is de berekening van de total en senior leverage ratio per 31 december weergegeven.

2015

2014

Bankkredieten en leningen

215.768

222.145

Af: liquide middelen

-81.354

-64.691

Bij: aanpassingen in verband met voorwaarden convenant

6.356

11.107

Totale nettoschuldpositie conform voorwaarden convenant

140.770

168.561

Af: achtergestelde kredietfaciliteit

-

-58.749

Totale netto senior schuldpositie conform voorwaarden convenant

140.770

109.812

Bedrijfsresultaat

63.793

67.173

Bij: afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen

26.915

25.553

Bij: aanpassingen in verband met voorwaarden convenant

30.432

7.252

EBITDA

121.140

99.978

Total leverage ratio (nettoschuldpositie / EBITDA)

1,2

1,7

Senior leverage ratio (netto senior schuldpositie / EBITDA)

1,2

1,1

De total leverage ratio over de afgelopen kwartalen tot het moment van vervroegde aflossing van de achtergestelde kredietfaciliteit, was als volgt:

CONVENANT

GEREALISEERD

31 maart 2014

3,75

2,2

30 juni 2014

3,75

2,3

30 september 2014

3,75

2,0

31 december 2014

3,75

1,7

31 maart 2015

3,75

1,7

30 juni 2015

3,75

2,0

De senior leverage ratio over de afgelopen kwartalen was als volgt:

CONVENANT

GEREALISEERD

31 maart 2014

3,0

1,6

30 juni 2014

3,0

1,7

30 september 2014

3,0

1,4

31 december 2014

3,0

1,1

31 maart 2015

3,0

1,1

30 juni 2015

3,0

1,5

30 september 2015

3,0

1,8

31 december 2015

3,0

1,2

Interest cover ratio
Hieronder is de berekening van de interest cover ratio per 31 december weergegeven.

2015

2014

Financieringsresultaat

15.364

9.539

Af: amortisatie kosten van gesyndiceerde en achtergestelde kredietfaciliteiten

-2.025

-1.437

Af: aanpassingen in verband met voorwaarden convenant

-6.870

-219

Interest

6.469

7.883

Interest cover ratio (EBITDA / interest)

18,7

12,7

De interest cover ratio evolueerde over de afgelopen kwartalen als volgt:

CONVENANT

GEREALISEERD

31 maart 2014

3,5

6,9

30 juni 2014

3,5

8,5

30 september 2014

3,5

11,4

31 december 2014

3,5

12,7

31 maart 2015

3,5

13,9

30 juni 2015

3,5

14,8

30 september 2015

3,5

16,7

31 december 2015

3,5

18,7

Aflossingstermijnen
Onderstaand volgt een tabel met aflossingstermijnen van de financiële verplichtingen van de groep. De in de tabel genoemde bedragen zijn de contractueel afgesproken, niet contant gemaakte kasstromen en daarmee afwijkend van de boekwaarde. De looptijd van de gesyndiceerde kredietfaciliteit eindigt in 2020.

Aflossingstermijnen ultimo 2015, op basis van nominale waarde inclusief te betalen interest, zijn als volgt:

TOTAAL

< 3 MND

3-6 MND

6-12 MND

1-2 JAAR

2-5 JAAR

> 5 JAAR

Gesyndiceerde kredietfaciliteit

218.050

419

419

847

1.680

214.685

-

Voorwaardelijke overnamesommen

6.226

188

-

-

-

6.038

-

Overige kredietfaciliteiten

1.072

3

-

-

-

-

1.069

Bankkredieten en leningen

359

359

-

-

-

-

-

Crediteuren en overige schulden

487.350

487.350

-

-

-

-

-

Financiële derivaten

339

81

85

173

-

-

-

713.396

488.400

504

1.020

1.680

220.723

1.069


Aflossingstermijnen ultimo 2014, op basis van nominale waarde inclusief te betalen interest, zijn als volgt:

TOTAAL

< 3 MND

3-6 MND

6-12 MND

1-2 JAAR

2-5 JAAR

> 5 JAAR

Gesyndiceerde kredietfaciliteit

152.891

450

455

921

151.065

-

-

Achtergestelde kredietfaciliteit

67.905

973

984

1.990

63.958

-

-

Voorwaardelijke overnamesommen

8.031

75

3.347

150

-

4.459

-

Overige kredietfaciliteiten

2.647

6

-

60

1.590

-

991

Bankkredieten en leningen

4.052

4.052

-

-

-

-

-

Crediteuren en overige schulden

411.316

411.316

-

-

-

-

-

Financiële derivaten

474

58

59

123

234

-

-

647.316

416.930

4.845

3.244

216.847

4.459

991

3.2. Inschatting reële waarde

De groep past de volgende hiërarchie toe bij de toelichting op financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde:

  • Niveau 1: marktprijzen voor financiële instrumenten die op een actieve markt worden verhandeld;
  • Niveau 2: informatie anders dan marktprijzen voor de reële waarde van financiële instrumenten die niet op een actieve markt worden verhandeld. De groep maakt gebruik van diverse methoden en maakt aannames die zijn gebaseerd op marktcondities per balansdatum. Voor langetermijnschulden worden marktprijzen of door handelaren afgegeven marktprijzen voor gelijkwaardige instrumenten gebruikt, en
  • Niveau 3: andere technieken, zoals geschatte contantewaardeberekeningen, worden gebruikt voor de waardebepaling van de overige financiële instrumenten.

De voorwaardelijke overnamesommen en financiële derivaten (toelichting 19) worden op de balans gewaardeerd tegen de reële waarde (niveau 2 en niveau 3). 

Onderstaand volgt een opsomming van de belangrijkste methodes en aannames die gebruikt zijn om de reële waarden, zoals in 3.1. weergegeven, in te schatten:

  • Financiële vaste activa: de reële waarde is berekend op basis van de verwachte toekomstige kasinstromen uit hoofde van aflossingen en rentebetalingen. De reële waarde van niet-rentedragende waarborgsommen met een onbepaalde looptijd wordt gelijk gesteld aan nihil. De reële waarde van rentedragende waarborgsommen met een bepaalde looptijd wordt bepaald door het contant maken van de toekomstige kasstromen (niveau 2).
  • Handelsvorderingen, -crediteuren, overige vorderingen en schulden, liquide middelen: voor kortlopende vorderingen en schulden met looptijden korter dan één jaar wordt de reële waarde gelijk gesteld aan de nominale waarde. Overige vorderingen en schulden worden contant gemaakt om hun reële waarde te bepalen (niveau 2).
  • Rentedragende leningen,  schulden en voorwaardelijke overnamesommen: de reële waarde is berekend op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasuitstromen uit hoofde van aflossingen en rentebetalingen (niveau 2).
  • Derivaten: de waardering van de derivaten geschiedt op basis van verwachte toekomstige kasstromen (niveau 2).

De groep gebruikt het effectieve rendement behorende bij haar risicoprofiel en de looptijd van het financiële instrument per balansdatum om haar financiële instrumenten contant te maken. De reële waarde is bepaald door de relevante kasstromen contant te maken waarbij voor gelijksoortige instrumenten een identieke marktconforme disconteringsvoet wordt gebruikt.