02 | samenvatting van belangrijke waarderingsgrondslagen

2.1. Grondslagen voor opstellen jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening 2015 is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie.
De euro (€) is de functionele valuta van de meeste groepsmaatschappijen. De presentatievaluta van de groep in de jaarrekening is derhalve de euro. Bedragen worden vermeld in duizenden euro’s, tenzij anders aangegeven. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, tenzij anders is vermeld.

De grondslagen zijn consistent toegepast door de ondernemingen van de groep voor de in deze geconsolideerde jaarrekening gepresenteerde perioden.

Vergelijkende cijfers
Er hebben zich geen omstandigheden voorgedaan die een wijziging van de vergelijkende cijfers tot gevolg hebben.

Aangekondigd voorgenomen openbaar bod door Recruit Holdings Co., Ltd.
Het voorgenomen openbaar bod dat door Recruit Holdings Co., Ltd. op 22 december 2015 werd aangekondigd zal naar verwachting in de loop van 2016 worden uitgebracht. Het aangekondigde openbaar bod heeft invloed op opname, waardering en toelichting van diverse posten in deze jaarrekening welke conform IFRS zijn verwerkt. De belangrijkste gevolgen zijn:

  • Goodwill (toelichting 11): voor de bijzondere waardeverminderingstest, uitgevoerd ultimo 2015, wordt de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden vergeleken met de realiseerbare waarde. Deze realiseerbare waarde wordt conform IAS 36 en de toegepaste waarderingsgrondslagen bepaald door de hoogste van de reële waarde of de bedrijfswaarde. Bij de waardeverminderingstest ultimo 2015 is uitgegaan van de reële waarde die is afgeleid van het voorgenomen openbaar bod, verminderd met de hiermee gepaard gaande verkoopkosten.
  • Op aandelen gebaseerde beloning (toelichting 24): bij gestanddoening van het voorgenomen openbaar bod worden de bestaande aanspraken onder de lange termijn variabele beloning voor zowel het key management als het overige senior management in liquide middelen in plaats van in aandelen afgewikkeld. Het gevolg hiervan is dat de lange termijn variabele beloning wordt verwerkt als een in liquide middelen afgewikkeld plan conform IFRS 2 waarbij tevens sprake is van een aanpassing van de toekenningsperiode. Voor het SAR-plan zal op het moment van gestanddoening van het openbaar bod een verrekening plaatsvinden van de dan openstaande aantallen SARs tegen de koers direct voorafgaande aan de aankondiging van het openbaar bod. Het gevolg is dat zowel de waardering als het moment van onvoorwaardelijke toekenning zijn gewijzigd.
    Bovengenoemde aanpassingen hebben geleid tot een extra last van € 1.925 in de winst- en verliesrekening over 2015.
  • Advieskosten: USG People is door externe adviseurs begeleid tijdens het proces dat heeft geleid tot het voorgenomen openbaar bod. Als gevolg hiervan zijn extra advieskosten van € 1.020 in de winst- en verliesrekening over 2015 verantwoord.
  • Winstbelasting (toelichting 9): als gevolg van gestanddoening van het voorgenomen openbaar bod zou volgens fiscale wetgeving in Duitsland verrekening van de fiscale verliezen hoogstwaarschijnlijk niet meer zijn toegestaan tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Ultimo 2015 zijn betreffende verliezen, conform IAS 12, gewaardeerd voor een bedrag van € 16,6 miljoen.
  • Voorwaardelijke activa en verplichtingen (toelichting 27): met betrekking tot het voorgenomen openbare bod van Recruit Holdings Co., Ltd. zal in het geval van onregelmatige beëindiging van het fusieprotocol de partij aan wie de beëindiging is te wijten, een beëindigingsvergoeding van € 10,5 miljoen betalen.
  • Voorwaardelijke activa en verplichtingen (toelichting 27): de groep is door externe adviseurs begeleid tijdens het proces dat heeft geleid tot het voorgenomen openbaar bod van Recruit Holdings Co., Ltd. De adviseurs zijn gerechtigd tot een vergoeding bij gestanddoening van het openbaar bod. Deze vergoeding zal naar schatting € 10,5 miljoen bedragen en wordt als voorwaardelijke verplichting beschouwd aangezien gestanddoening van het bod mede afhankelijk is van de aanmelding van aandeelhouders van de door hen gehouden aandelen.
  • In het fusieprotocol, zoals overeengekomen met Recruit Holdings Co., Ltd. op 22 december 2015, is vastgelegd dat USG People geen (interim)dividend vast zal stellen of uit zal keren noch enige uitkering in natura zal doen. De Raad van Bestuur doet bijgevolg geen voorstel tot uitkering van dividend over 2015.

Schattingen en oordeelsvorming
Het opmaken van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist het maken van beoordelingen en schattingen door het management bij de toepassing van de waarderingsgrondslagen. Schattingen en oordeelsvorming worden continue geëvalueerd en worden gebaseerd op historische ervaring en overige factoren, inclusief verwachtingen van toekomstige gebeurtenissen welke, onder de omstandigheden, redelijk worden geacht. Schattingen en aannames die in de toekomst kunnen leiden tot materiële aanpassingen van boekwaarden van activa en verplichtingen worden in deze geconsolideerde jaarrekening nader toegelicht onder Winstbelasting (toelichting 9), Goodwill (toelichting 11), Pensioengerelateerde verplichtingen (toelichting 20), Voorzieningen (toelichting 21) en Voorwaardelijke activa en verplichtingen (toelichting 27).

Standaarden, aanpassingen en interpretaties effectief vanaf boekjaar 2015
Wijzigingen in standaarden, met ingang van 2015 van kracht, en de eventuele impact op het resultaat, het eigen vermogen en de toelichtingen van USG People zijn onderstaand toegelicht.

IFRIC 21 “Heffingen”. Deze interpretatie bij IAS 37 “Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa” geeft een nadere invulling ten aanzien van het moment dat een overheidsheffing als verplichting op de balans dient te worden verantwoord. De overheidsheffing wordt als een verplichting beschouwd op het moment dat de grondslag voor deze heffing ontstaat en niet op het moment dat de economische voordelen vanuit deze heffing worden genoten. IFRIC 21 is binnen de Europese Unie van toepassing voor de boekjaren beginnend na 17 juni 2014. De groep past deze standaard toe vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2015.

De genoemde interpretatie heeft geen invloed van materieel belang op de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen en het resultaat van de groep danwel de toelichtingen.

Standaarden, aanpassingen en interpretaties niet effectief voor boekjaar 2015, maar van belang voor de groep
IFRS 9 ‘Financiële instrumenten’. De standaard bepaalt de vereisten betreffende classificatie en waardering van financiële activa die eerst in IAS 39 ‘Financiële instrumenten: opname en waardering’ waren beschreven. Toepassing is verplicht voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2018. De verwachting is dat deze aanpassing geen materiële invloed zal hebben op de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen en resultaat van de groep. De groep zal deze standaard toepassen vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2018.

IFRS 15 ‘Omzet uit contracten met klanten’. De standaard bevat de waarderingsgrondslag voor omzetverantwoording en bepalingen ten aanzien van het tijdstip van omzetverantwoording. Toepassing is verplicht voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2018. De verwachting is dat deze aanpassing geen materiële invloed zal hebben op de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen en resultaat van de groep. De groep zal deze standaard toepassen vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2018.

IFRS 16 'Leases'. De standaard bepaalt de wijze van opname, waardering, presentatie en toelichting van leases. Operationele leasecontracten dienen op basis van deze standaard op de balans te worden opgenomen door de waardering van het recht van gebruik enerzijds en de lease-verplichting anderzijds. Toepassing is verplicht voor boekjaren op of na 1 januari 2019. De groep onderzoekt de invloed van deze aanpassing op de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen en resultaat welke als materieel wordt verondersteld. De groep zal deze standaard toepassen vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2019.

Andere aanpassingen van standaarden en interpretaties welke nog niet effectief zijn hebben naar verwachting geen invloed van materieel belang op de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen en het resultaat van de groep danwel de toelichtingen.

2.2. Consolidatie dochterondernemingen

Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de groep is blootgesteld aan, of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de entiteit en waarbij de groep over de mogelijkheid beschikt die opbrengsten door haar zeggenschap over die entiteit te beïnvloeden. Deconsolidatie vindt plaats op het moment dat dit niet meer het geval is.

De overnamemethode (acquisition method) wordt toegepast bij de eerste verwerking van dochterondernemingen door de groep. De voor de overgenomen entiteit overgedragen vergoeding wordt bepaald door de reële waarde van de overgedragen activa, de uitgegeven eigen-vermogensinstrumenten en de aangegane of overgenomen verplichtingen aangegaan op de transactiedatum. Hierin zijn voorwaardelijke vergoedingen inbegrepen. Voorwaardelijke vergoedingen (waaronder earn-outregelingen en toekomstige uitbreiding van deelneming in dochterondernemingen door middel van opties of uitgestelde aankoop) zijn verschuldigd indien aan vooraf contractueel vastgestelde condities wordt voldaan. De waardering vindt tegen reële waarde (niveau 3) plaats. De waarschijnlijkheid van betaling van deze vergoeding maakt onderdeel uit van de waardering per transactiedatum en wordt iedere balansdatum heroverwogen. Waardeveranderingen in voorwaardelijke vergoedingen worden in de winst- en verliesrekening verwerkt evenals de met de transactie verband houdende kosten.

In het geval van een stapsgewijze overname, wordt het aandeel in de overgenomen onderneming, welk al in eigendom van de groep is vóór het moment van de acquisitie, gewaardeerd tegen reële waarde. De waardeverandering wordt als financieringslast of –bate verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen overgenomen in een bedrijfscombinatie worden bij de eerste verwerking in de jaarrekening gewaardeerd tegen de reële waarde per overnamedatum. De groep waardeert een minderheidsbelang in de verkregen entiteit tegen de reële waarde of tegen het proportionele aandeel van het minderheidsbelang in de verkregen netto-activa.

Goodwill wordt gewaardeerd als het positieve verschil tussen de overgedragen vergoeding en de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen op de overnamedatum. Indien de overgedragen vergoeding lager is dan deze reële waarde wordt het verschil verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Transacties met minderheidsaandeelhouders, waarbij de beslissende zeggenschap niet ophoudt te bestaan, worden verwerkt als transacties met aandeelhouders van de groep. Bij aankopen van belangen gehouden door minderheidsaandeelhouders wordt het verschil tussen het betaalde bedrag en het verkregen aandeel op netto-vermogenswaarde (verantwoord als minderheidsbelangen in het eigen vermogen) verwerkt ten gunste of ten laste van het eigen vermogen.

Transacties, balansposten en ongerealiseerde resultaten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Waar noodzakelijk worden waarderingsgrondslagen van dochterondernemingen in overeenstemming gebracht met die van de groep.

2.3. Operationele segmenten

Operationele segmenten worden gerapporteerd in overeenstemming met de intern gerapporteerde informatie aan de chief operating decision maker. De Raad van Bestuur wordt beschouwd als de chief operating decision maker die verantwoordelijk is voor de allocatie van middelen aan en de beoordeling van de operationele segmenten.

De groep is georganiseerd naar land welke vervolgens naar segment nader wordt geanalyseerd. Op basis hiervan neemt de Raad van Bestuur zijn beslissingen. De toelichting van de operationele segmenten volgt deze indeling. Vanwege de omvang is een aantal landen alsook segmenten samengevoegd.

2.4. Vreemde valuta

2.4.1. Algemeen

De posten in de jaarrekeningen van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta).

2.4.2. Vreemde-valutatransacties en omrekening

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend in de functionele valuta tegen de koers per transactiedatum. Koersresultaten als gevolg van de afwikkeling van deze transacties en van de omrekening van de in vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen op balansdatum worden in de winst- en verliesrekening verantwoord als financieringsresultaat.

2.4.3. Groepsmaatschappijen

De resultaten en financiële positie van groepsmaatschappijen met een andere functionele valuta dan de euro worden als volgt omgerekend:

  • activa en verplichtingen, met inbegrip van goodwill en bij consolidatie ontstane reële waardecorrecties, worden in euro omgerekend tegen de koersen die gelden op de balansdatum. Ontstane omrekenverschillen worden in het totaalresultaat verantwoord;
  • opbrengsten en kosten worden in euro omgerekend tegen koersen, welke de wisselkoersen, die golden op de datum van de transactie, benaderen.

Bij gehele of gedeeltelijke verkoop van buitenlandse groepsmaatschappijen met een andere valuta dan de euro worden de omrekenverschillen in de winst- en verliesrekening verantwoord als nettoresultaat uit verkoop activiteiten.

2.5. Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs, verminderd met afschrijvingen, bepaald op basis van de geschatte gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. De historische kostprijs omvat alle uitgaven welke direct toerekenbaar zijn aan de aankoop van het actief.

Afschrijvingen worden lineair ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht op basis van de geschatte gebruiksduur van een actief volgens de componentenmethode. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
De geschatte gebruiksduur van materiële vaste activa varieert en is voor de verschillende categorieën als volgt:

JAAR

Gebouwen

40

Inrichting en verbouwing

5 - 10

Computer en randapparatuur

3 - 5

Overige vaste bedrijfsmiddelen

5

De restwaarde, afschrijvingsmethode en afschrijvingsduur worden jaarlijks op balansdatum getoetst en indien nodig aangepast via een schattingswijziging in het boekjaar en volgende perioden.

2.6. Goodwill

Goodwill vloeit voort uit de acquisitie van dochterondernemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de reële waarde van de overgenomen identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen op de overnamedatum. Ten behoeve van het onderkennen van een bijzondere waardevermindering wordt de goodwill toegerekend aan kasstroomgenererende eenheden die voordeel hebben van de acquisitie.

Goodwill wordt niet afgeschreven. Zie 2.8. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa voor een nadere toelichting op dit onderwerp.

Bij de verkoop van een entiteit wordt de hieraan direct toewijsbare goodwill in het resultaat verwerkt. Indien de verkoop een deel van een kasstroomgenererende eenheid betreft, wordt de af te boeken en in het resultaat te verwerken goodwill bepaald op basis van de relatieve waarde van het verkochte deel ten opzichte van de waarde van de gehele kasstroomgenererende eenheid.

2.7. Overige immateriële vaste activa

2.7.1. Immateriële vaste activa verkregen uit acquisities

De immateriële vaste activa, verkregen uit acquisities, bestaan uit handelsmerken, cliëntenrelaties en software. Deze worden bij eerste opname opgenomen tegen reële waarde, die daarna geldt als kostprijs. De immateriële vaste activa hebben een eindige gebruiksduur en worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met amortisatie en bijzondere waardeverminderingen. De lineair bepaalde amortisatie wordt ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht waarbij de volgende geschatte gebruiksduur wordt gehanteerd:

JAAR

Handelsmerken

5 - 10

Cliëntenrelaties

4 - 8

Software

5 - 10

2.7.2. Software

Softwarelicenties worden geactiveerd op basis van gemaakte kosten voor het aankopen en gebruiksklaar maken van de software. Intern ontwikkelde software wordt geactiveerd voor zover de kostprijs voortvloeit uit de ontwikkelings- en testfase van een project en indien kan worden aangetoond dat:

  • het project technisch uitvoerbaar is zodat het geschikt voor gebruik is;
  • de intentie aanwezig is om het project te voltooien en de software te gebruiken;
  • de software in de toekomst aantoonbaar economische voordelen zal genereren;
  • er technische, financiële en andere middelen aanwezig zijn om de software te voltooien en te gebruiken, en
  • het mogelijk is om de uitgaven, die kunnen worden toegerekend aan de ontwikkelde software, op een betrouwbare wijze te bepalen.

Direct toewijsbare kosten welke aan de intern ontwikkelde software worden toegerekend bevatten personeelskosten en een passende toerekening van de algemene kosten. Aan intern ontwikkelde software worden, voor zover de ontwikkelperiode langer dan één jaar is, financieringskosten toegerekend, waarbij een rentepercentage wordt gehanteerd dat gelijk is aan de gemiddelde rente die door de groep in het boekjaar is betaald op haar schulden. 

Software heeft een eindige gebruiksduur en wordt gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met amortisatie en bijzondere waardeverminderingen. De amortisatie wordt lineair ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht op basis van de geschatte gebruiksduur. Dankzij een aantal technische aanpassingen is de geschatte gebruiksduur van het financieel informatiesysteem in Nederland verlengd met 5 jaar. Hierdoor is de afschrijvingslast gedurende 2015 gedaald met € 750.

2.8. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

Activa met een onbepaalde gebruiksduur, zoals goodwill, worden niet afgeschreven. Hiervoor vindt in ieder geval jaarlijks een toetsing op bijzondere waardevermindering plaats en tussentijds indien gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden duiden op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Activa waarop wel wordt afgeschreven worden getoetst op een bijzondere waardevermindering op het moment dat gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden duiden op een mogelijke bijzondere waardevermindering.

Een bijzondere waardevermindering is het bedrag dat de boekwaarde van het actief de realiseerbare waarde te boven gaat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de reële waarde van een actief onder verrekening van verkoopkosten. Bij het bepalen van de bedrijfswaarde wordt de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die de weerslag is van zowel de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld als van het specifieke risico met betrekking tot het actief. Bij de waardeverminderingstest ultimo 2015 is uitgegaan van de reële waarde die is afgeleid van het aangekondigde voorgenomen openbaar bod van Recruit Holdings Co., Ltd., verminderd met de hiermee gepaard gaande directe kosten.

Om bijzondere waardeverminderingen op goodwill te kunnen bepalen, worden activa van kasstroomgenererende eenheden gegroepeerd op het laagste niveau binnen de groep waarop goodwill wordt bewaakt voor interne doeleinden. Niet-financiële activa, anders dan goodwill, die aan een bijzondere waardevermindering onderhevig zijn geweest, worden op balansdatum beoordeeld op mogelijke terugboeking van de waardevermindering.

2.9. Financiële vaste activa

2.9.1. Leningen en vorderingen

Leningen en vorderingen zijn niet-beursgenoteerde financiële activa (niet zijnde financiële derivaten) met vaste of bepaalbare aflossingen. Zij worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde uitgaande van de betaaldatum, de vervolgwaardering geschiedt tegen geamortiseerde kostprijs. Leningen en vorderingen worden beschouwd als vlottende activa, behalve wanneer de vervaldatum meer dan twaalf maanden na de balansdatum ligt. Deze worden als vaste activa geclassificeerd. De vlottende leningen en vorderingen omvatten handelsvorderingen en overige vorderingen (zie 2.10) en liquide middelen (zie 2.12). Leningen en vorderingen worden niet langer verantwoord zodra de groep de voor- en nadelen, betrekking hebbend op de leningen en vorderingen, heeft overgedragen aan een derde partij of wanneer het recht op het ontvangen van aflossingen is vervallen.

2.9.2. Waarborgsommen

Waarborgsommen (hoofdzakelijk huurgaranties en garanties afgegeven in verband met het voeren van een uitzendonderneming) worden initieel opgenomen tegen de reële waarde uitgaande van de betaaldatum en daarna tegen de geamortiseerde kostprijs, op basis van de effectieve rentemethode.

2.9.3. Geassocieerde deelnemingen

Geassocieerde deelnemingen zijn belangen waarbij de groep is blootgesteld aan, of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de entiteiten en waarbij de groep over de mogelijkheid beschikt die opbrengsten door haar zeggenschap over die entiteiten te beïnvloeden, niet zijnde dochterondernemingen. Over het algemeen wordt beschikt over 20% tot 50% van de stemrechten. De geassocieerde deelnemingen worden volgens de equitymethode verantwoord. De eerste verwerking in de jaarrekening geschiedt tegen kostprijs. Mutaties als gevolg van het aandeel in de resultaten van de geassocieerde deelnemingen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden getoetst op een bijzondere waardevermindering op het moment dat gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden duiden op een mogelijke bijzondere waardevermindering. De groep berekent het verschil tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen en verwerkt eventuele waardeverminderingen in de winst- en verliesrekening.

2.10. Handelsvorderingen en overige vorderingen

Handelsvorderingen en overige vorderingen worden initieel opgenomen tegen de reële waarde uitgaande van de betaaldatum. Daarna vindt waardering plaats tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode (veelal nominale waarde) verminderd met waardeverminderingen voor oninbaar geachte posten. Redenen om een voorziening voor oninbaarheid te treffen, zijn het failliet gaan van een debiteur, belangrijke financiële problemen van de debiteur of het meer dan 365 dagen verstreken zijn van de betalingstermijn. Het bedrag van de voorziening is het verschil tussen de boekwaarde van de vordering en de contante waarde van de toekomstige verwachte kasstromen. Het contant maken geschiedt tegen de oorspronkelijke effectieve interestvoet. De boekwaarde van de vordering wordt verminderd met de voorziening voor oninbaarheid en de kosten hiervan worden als verkoopkosten in de winst- en verliesrekening verantwoord. Indien een handels- of overige vordering oninbaar is, wordt deze ten laste gebracht van de voorziening voor oninbaarheid. Eventuele terugnames van eerder afgeschreven bedragen worden in de winst- en verliesrekening ten gunste van de verkoopkosten gebracht.

Handelsvorderingen worden niet in de balans verantwoord indien deze aan een factormaatschappij zijn verkocht, waarbij de daarbij behorende contractuele rechten en kasstromen op deze vorderingen zijn overgedragen. Het criterium welke hierbij wordt gehanteerd, is de overdracht van de substantiële risico’s en beloningen. Vergoedingen voor factoring worden verantwoord als verkoopkosten.

2.11. Financiële derivaten

Financiële derivaten worden bij eerste verwerking in de jaarrekening op de datum van afsluiting van een contract opgenomen tegen reële waarde en worden vervolgens op elke balansdatum tegen reële waarde gewaardeerd. Mutaties in de reële waarde van de financiële derivaten worden direct verantwoord in de winst- en verliesrekening, tenzij hedge accounting wordt toegepast.
Indien de groep hedge accounting toepast, wordt de effectiviteit hiervan bij het afsluiten van een hedge gedocumenteerd. Vervolgens wordt de effectiviteit van de hedge periodiek vastgesteld. Dit kan gebeuren door het vergelijken van de kritische kenmerken van het hedge-instrument met die van de afgedekte positie, of door het vergelijken van de verandering in reële waarde van het hedge-instrument en de afgedekte positie.
De groep past hedge-accounting toe op rentederivaten die zijn aangegaan voor het indekken van haar toekomstige rentekasstromen op haar langlopende schulden.

Bij het toepassen van hedge-accounting wordt het effectieve deel van de herwaardering van het hedge-instrument rechtstreeks in het totaalresultaat verwerkt. Op het moment dat de resultaten van de afgedekte positie in de winst-en-verliesrekening onder financieringsresultaat worden verwerkt, wordt het daaraan gerelateerde resultaat uit het eigen vermogen naar dezelfde regel in de winst-en-verliesrekening overgebracht.
De reële waarde van het financiële derivaat wordt geclassificeerd als een vast actief of een langlopende verplichting, indien het financiële derivaat op balansdatum een resterende looptijd heeft van meer dan 12 maanden en als vlottend actief of kortlopende verplichting bij een resterende looptijd korter dan 12 maanden.
Om het ineffectieve deel van de herwaardering in de juiste periode in de winst-en-verliesrekening te kunnen verwerken, neemt de groep op elke balansdatum het laagste absolute bedrag van de volgende twee waardeveranderingen in het eigen vermogen op:

  • de cumulatieve herwaardering van het hedge-instrument sinds het aanwijzen van de hedge-relatie; en
  • de cumulatieve verandering van de waarde van de toekomstig afgedekte kasstromen voor zover deze aan het afgedekte risico kan worden toegerekend.

Het toepassen van hedge-accounting wordt beëindigd als:

  • het hedge-instrument wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend. Het cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat rechtstreeks in het eigen vermogen was verwerkt toen er nog sprake was van een effectieve hedge, blijft in het eigen vermogen verantwoord tot de oorspronkelijk afgedekte toekomstige transactie plaatsvindt; of
  • de hedge-relatie niet langer voldoet aan de criteria voor hedge-accounting. Indien de afgedekte toekomstige transactie nog plaatsvindt, wordt het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument verantwoord in het eigen vermogen. Als de transactie niet meer zal plaatsvinden, wordt het in het eigen vermogen verwerkte cumulatieve resultaat verantwoord in de winst-en-verliesrekening.

2.12. Liquide middelen

Liquide middelen, bestaande uit kas, banksaldi en direct opvraagbare deposito’s, worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Rekening-courantschulden worden opgenomen als bankkredieten onder de kortlopende verplichtingen.

2.13. Aandelenkapitaal

Het aandelenkapitaal wordt gekwalificeerd als eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaren van de vennootschap. Kosten direct toerekenbaar aan de uitgifte van nieuwe aandelen, worden in mindering op de ontvangst in het vermogen verantwoord. Indien de groep aandelen van USG People N.V. inkoopt, wordt de betaalde vergoeding, inclusief eventuele toerekenbare kosten (na winstbelasting), in mindering gebracht op het eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaren van de vennootschap tot het moment dat de aandelen worden ingetrokken of opnieuw worden uitgegeven. De ontvangen vergoeding bij het uitgeven van eerder ingekochte aandelen, verminderd met eventueel toerekenbare kosten (na winstbelasting), wordt ten gunste van het eigen vermogen toerekenbaar aan eigenaren van de vennootschap gebracht.

2.14. Dividend

Uit te keren dividend wordt verantwoord als een verplichting in de periode waarin de uitkering door de aandeelhouders wordt goedgekeurd.

2.15. Langlopende leningen

Leningen worden bij eerste verwerking in de jaarrekening tegen reële waarde opgenomen, onder verrekening van transactiekosten. Vervolgens worden leningen tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd. Het verschil tussen de ontvangsten (onder verrekening van transactiekosten) en de aflossingswaarde wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening gedurende de looptijd van de lening onder toepassing van de effectieve rentemethode.

Leningen worden verantwoord als kortlopende verplichtingen, tenzij de groep de intentie en een onvoorwaardelijk recht heeft om afwikkeling van de verplichting tot minstens twaalf maanden na de balansdatum uit te stellen.

2.16. Lease

Bij het aangaan van een lease-overeenkomst wordt getoetst of de lease classificeert als financiële of operationele lease.
Een lease-overeenkomst, waarbij de risico’s en voordelen verbonden aan het eigendom geheel of nagenoeg geheel bij de lessor liggen, wordt als operationele lease aangemerkt. Operationele leasebetalingen worden lineair over de leaseperiode in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Leaseovereenkomsten waarbij de groep feitelijk alle risico’s en voordelen van eigendom heeft, worden geclassificeerd als financiële lease. In 2015 heeft de groep geen financiële lease-overeenkomsten.

2.17. Winstbelasting

Belasting naar de winst over het resultaat van het boekjaar omvat de over de verslagperiode acute en latente belasting. Belasting naar de winst wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord behalve voor zover deze betrekking heeft op posten die in het totaalresultaat of rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt. In het laatste geval wordt de betreffende belasting ook in het totaalresultaat of het eigen vermogen verwerkt.

De acute winstbelasting bestaat uit de belasting over het belastbare resultaat, welke wordt berekend aan de hand van vastgestelde belastingtarieven en wetten of waartoe reeds op balansdatum is besloten. Het management beoordeelt periodiek de standpunten welke zijn ingenomen bij belastingaangiftes waarbij meerdere interpretaties van de wetgeving mogelijk zijn. Verplichtingen worden, indien nodig, opgenomen op basis van de te verwachte betalingen.

Latente winstbelasting wordt opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarden van activa en verplichtingen en de boekwaarden daarvan in de geconsolideerde jaarrekening. Een latente belastingverplichting wordt niet opgenomen bij de eerste verwerking van goodwill. Latente winstbelasting wordt berekend op basis van vastgestelde belastingtarieven en wetten of waartoe reeds op balansdatum is besloten en die naar verwachting van toepassing zullen zijn op het moment dat de gerelateerde latente belastingvordering wordt gerealiseerd of de latente belastingverplichting wordt betaald.
Latente belastingvorderingen worden verwerkt voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen en beschikbare compensabele fiscale verliezen kunnen worden gebruikt.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd als daartoe een wettelijk afdwingbaar recht bestaat en indien de belastingen door dezelfde autoriteit worden geheven.

2.18. Pensioengerelateerde verplichtingen

2.18.1. Pensioenregelingen op basis van het beschikbare premiestelsel

Een pensioenregeling op basis van het beschikbare premiestelsel (defined contribution schemes) is een pensioenregeling waarbij de groep vaste bijdragen betaalt aan een pensioenverzekeraar of pensioenfonds.
Verplichtingen ten aanzien van bijdragen aan pensioen- en daaraan gerelateerde regelingen op basis van beschikbare premies worden als last in de winst- en verliesrekening verwerkt in de periode waarop deze betrekking hebben. Behalve de betaling van premies heeft de groep geen verdere verplichtingen.

2.18.2. Toegezegd-pensioenregelingen

Een pensioenregeling op basis van toegezegde pensioenrechten (defined benefit schemes) is een pensioenregeling die een bedrag aan pensioenrechten bepaalt dat een werknemer zal ontvangen bij pensionering, vaak afhankelijk van factoren als leeftijd, dienstjaren en beloning.

De nettoverplichting van de groep ten aanzien van toegezegde pensioenrechten wordt voor elke regeling afzonderlijk bepaald door een berekening te maken van de contante waarde van de verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen op de balansdatum, waarop de reële waarde van de fondsbeleggingen (bepaald als de contante waarde van de gerelateerde verplichting zoals omschreven in IAS 19.115) in mindering wordt gebracht. De disconteringsvoet is het rendement op de balansdatum van solide bedrijfs- of overheidsobligaties waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen van de groep benadert. De berekeningen worden uitgevoerd door bevoegde actuarissen volgens de projected unit credit-methode.

Actuariële winsten en verliezen, die het gevolg zijn van wijzigingen in actuariële veronderstellingen, worden ten gunste of ten laste van het totaalresultaat gebracht. Bij wijzigingen in de pensioenregeling worden de nog niet verwerkte pensioenkosten van de verstreken diensttijd direct verwerkt in de winst- en verliesrekening.

In 2015 is de belangrijkste Nederlandse regeling afgelopen en derhalve aangepast. De deelnemers gaan over naar een toegezegde bijdrage-regeling. De verplichtingen en fondsbeleggingen van deze pensioenregeling zijn niet langer meer opgenomen.

2.19. Op aandelen gebaseerde beloning

De reële waarde van de voorwaardelijk toegekende aandelen (in aandelen afgewikkeld) op basis van aandelenplannen binnen de groep, inclusief de door de groep gedragen loonheffing betreffende deze aandelen (in liquide middelen afgewikkeld), worden in de winst- en verliesrekening als last opgenomen. Prestatievoorwaarden met betrekking tot omzet en winstgevendheid en het verwachte personeelsverloop zijn meegenomen in de schatting van het uiteindelijke aantal te verstrekken aandelen. Per balansdatum wordt op basis van de prestatievoorwaarden de schatting van het uiteindelijke aantal te verstrekken aandelen herzien. De feitelijk gerealiseerde prestatievoorwaarden en het personeelsverloop worden definitief vastgesteld aan het einde van de prestatieperiode en op de datum van onvoorwaardelijk worden. Het effect van deze herziening en definitieve vaststelling wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord. De lasten worden tijdsevenredig verdeeld over de prestatieperiode. In geval van annulering, zowel op initiatief van deelnemer als van werkgever, worden nog niet genomen kosten voor de periode tussen annulering en einde van de prestatieperiode in één keer ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

De last op basis van de reële waarde van de te verstrekken aandelen, bepaald op de toekenningsdatum, wordt rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt. Voor de bepaling van de lasten van de fiscale verplichtingen van de deelnemers die door de groep worden gedragen, wordt de reële waarde bepaald per balansdatum en op het moment van afwikkeling. Deze last wordt tijdsevenredig verdeeld over de prestatieperiode en de opgebouwde verplichting wordt in de jaarrekening opgenomen onder de voorzieningen.

Naast het hiervoor genoemde aandelenplan heeft de groep Stock Appreciation Rights (SARs) verstrekt.
De reële waarde van de toegekende SARs (in liquide middelen afgewikkeld) wordt in de winst- en verliesrekening als last opgenomen gedurende de prestatieperiode. Deze wordt bepaald op basis van de reële waarde van de (voorwaardelijk) toegekende SARs. De koers van het aandeel USG People N.V. vormt een marktgerelateerde voorwaarde welke mede bepalend is voor de reële waarde. Verder is het verwachte personeelsverloop meegenomen in de schatting van het uiteindelijk uit te betalen bedrag. Per balansdatum wordt deze schatting herzien. Op de datum van onvoorwaardelijk worden, wordt het feitelijk personeelsverloop definitief vastgesteld. Het effect van deze herziening en definitieve vaststelling wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord. De lasten worden tijdsevenredig verdeeld over de voorwaardelijke periode van de SARs. Hiervoor wordt een voorziening aangehouden.

Het voorgenomen openbaar bod van Recruit Holdings Co., Ltd. heeft zowel invloed op de wijze van als het moment waarop zowel de aandelenplannen als de SAR-regeling worden afgewikkeld. Dit heeft gevolgen voor zowel de waardering als het moment van onvoorwaardelijke toekenning en deze zijn conform IFRS 2 verwerkt.

2.20. Voorzieningen

2.20.1. Algemeen

Een voorziening wordt in de balans verwerkt wanneer de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting als gevolg van een gebeurtenis in het verleden heeft, het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is en dit bedrag op een betrouwbare wijze kan worden geschat. Indien het effect daarvan materieel is, wordt de voorziening gewaardeerd door de verwachte toekomstige kasstromen contant te maken met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld en, indien nodig, van de specifieke risico’s van de verplichting. Toekomstige verliezen worden niet voorzien.

2.20.2. Reorganisatie

In verband met reorganisatie wordt een voorziening getroffen wanneer de groep een gedetailleerd plan voor de reorganisatie heeft geformaliseerd en een aanvang is gemaakt met de reorganisatie of deze publiekelijk bekend is gemaakt. Kosten in verband met toekomstige activiteiten worden niet in de reorganisatievoorziening begrepen.

2.20.3. Personeelsgerelateerde voorzieningen

De groep neemt voorzieningen op voor toekomstige uitkeringen aan personeelsleden. Bij deze voorzieningen wordt, voor zover van toepassing, rekening gehouden met toekomstige loonstijgingen en verloop van personeel. Onderdeel van deze voorzieningen zijn onder andere jubileumuitkeringen en doorbetaling bij langdurige ziekte.

2.21. Crediteuren en overige schulden

Handelscrediteuren en overige schulden worden bij eerste opname opgenomen tegen reële waarde, daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode.

2.22. Netto-omzet

Opbrengsten worden verwerkt voor zover het waarschijnlijk is dat de economische voordelen naar de groep zullen vloeien en voor zover de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd. De opbrengsten van de groep zijn afkomstig uit dienstverlening aan derden onder aftrek van omzetbelasting en verleende kortingen. Deze dienstverlening bestaat voornamelijk uit:

  • Uitzend- en detacheringdiensten: het uitlenen van personeel waarbij de in het boekjaar gewerkte uren tegen de daarbij afgesproken tarieven als omzet worden verwerkt;
  • Werving-en-selectiediensten: het werven en selecteren van personeel voor derden waarbij omzet wordt genomen op het moment dat de opdracht conform overeenkomst is voltooid;
  • Callcenterdiensten: het behandelen van telefoonverkeer voor derden. De omzet bestaat uit eenheden (tik of telefoongesprek) betrekking hebbende op het boekjaar en tegen het afgesproken tarief;
  • Re-integratiediensten: het begeleiden van personen bij re-integratietrajecten op de arbeidsmarkt op basis van een uurtarief voor de gewerkte uren voor zover in het boekjaar verleend;
  • HR-, IT- en engineeringprojecten: vergoedingen op basis van een vaste prijs worden verwerkt als omzet naar rato van het aantal gewerkte uren gedurende het boekjaar ten opzichte van het totaal aantal verwachte te werken uren gedurende het project, en
  • Outplacement: het begeleiden van mensen naar een nieuwe baan op de arbeidsmarkt. De omzet wordt bepaald aan de hand van de in het boekjaar bestede te declareren tijd per te begeleiden persoon ten opzichte van de totale te verwachten te besteden tijd per te begeleiden persoon.

Indien de groep principaal in een contract is en de risico’s en beloning bij de groep liggen, worden de transacties bruto in de winst- en verliesrekening verwerkt. De omzet wordt netto verantwoord indien de groep optreedt als agent, bijvoorbeeld als tussenpersoon. 

Er wordt geen omzet verantwoord indien belangrijke onzekerheden bestaan over de inbaarheid van de te ontvangen vergoeding op het moment dat de dienst wordt verricht.

2.23. Verkoop- en algemene beheerskosten

De kostenverdeling is gebaseerd op de functionele verdeling. De verkoopkosten zijn aan de vestigingen toerekenbare verkoop- en marketingkosten. De algemene beheerskosten zijn administratieve, ondersteunende kosten.

2.24. Financieringsresultaat

Financieringslasten omvatten de verschuldigde rente op opgenomen gelden die wordt berekend met behulp van de effectieve-rentemethode, negatieve waardeveranderingen van langlopende vorderingen, negatieve veranderingen in de reële waarde en de gerealiseerde waarden van financiële derivaten en de geboekte rentekosten met betrekking tot het oprenten van voorwaardelijke vergoedingen met betrekking tot acquisities en andere verplichtingen.

Financieringsbaten omvatten de ontvangen rente op uitstaande gelden, positieve waardeveranderingen van langlopende vorderingen, positieve veranderingen in de reële waarde en de gerealiseerde waarden van financiële derivaten.

2.25. Resultaat per aandeel

Het resultaat per aandeel wordt berekend als de aan de houders van aandelen toekomende nettowinst gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen over de betreffende periode. Het verwaterde resultaat per aandeel is de nettowinst gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen inclusief de aandelen die toegekend zijn, maar niet uitgekeerd uit hoofde van aandelenbeloningen. Dividend uitgekeerd in aandelen, waarbij geen keuze is voor uitkering in liquide middelen, wordt verwerkt als toekenning van bonusaandelen. Het resultaat per aandeel in de vergelijkende cijfers wordt hiervoor aangepast.

2.26. Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen kasstromen uit operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Kasstromen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers per transactiedatum. Ontvangsten en uitgaven voor winstbelasting zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde en ontvangen rente zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Kasstromen als gevolg van de verwerving dan wel afstoting van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, waarbij rekening wordt gehouden met aanwezige liquide middelen in deze belangen. Uitgekeerde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.

Liquide middelen in het kasstroomoverzicht zijn de in de balans als liquide middelen opgenomen bedragen verminderd met rekening-courantschulden bij banken.